60 jaar Iona: interview Michiel ter Horst
De Iona Stichting bestaat officieel per 17 maart 1966 en dat is 60 jaar geleden. In de loop van dit jaar besteden we daar aandacht aan: via bijeenkomsten door het land en interviews met betrokkenen kijken we gezamenlijk naar het verleden, heden en de toekomst én gaan we in op actuele thema’s. Hierbij het eerste interview door medewerker Roos Naves met iemand die de Iona Stichting heel goed kent en ook erelid van de Raad van Toezicht is: Michiel ter Horst.
60 jaar slagvaardigheid
Aan de achtergevel van zijn huis in Amsterdam heeft Michiel ter Horst een pindakaaspot gehangen voor de kool- en pimpelmeesjes. Niet gewoon aan een draadje, maar aan een driehoekige wandconstructie. Daarmee hangt de pot stabiel en kun je vanuit het raam bij de eetkamertafel goed de vogeltjes bekijken.
Daar aan tafel heb ik een gesprek over 60 jaar Iona Stichting. Michiel ter Horst was vanaf het begin bij Iona betrokken en heeft met grote inzet samen met vele anderen de Stichting ver gebracht. We kijken voor- en achteruit, duiken de diepte in en schouwen omhoog.
Roos Naves (RN): Hoe ben je in aanraking gekomen met Iona?
Michiel ter Horst (MtH): De heer van der Linden, een oude vriend van mijn vader, tevens een dispuutgenoot van mij, nodigde mij uit voor het genot van een ‘flesch wijn’ (1929!) in zijn architectenkantoor aan de Herengracht 276. Op die novemberavond in 1965 ontvouwde Van der Linden zijn plan om de Iona Stichting op te richten. Mij vroeg hij om de rol van ‘opvolgend bestuurslid’ op mij te nemen, een soort toeschouwersrol. Het plan ademde de hoop dat Iona zo’n hoge vlucht zou gaan nemen als het huidige team nu laat zien.
RN: Wat raakte jou in dat gesprek?
MtH: Van der Linden zag dat in de antroposofische beweging veel plannen gemaakt worden door bevlogen mensen, maar dat ze vaak niet wisten hoe deze op de grond te krijgen. Als je een plan maakt heb je de teugels van een koets met twee paarden in handen, schilderde hij. Het ene paard wil omhoog, het andere omlaag. Jan wilde de goede plannenmakers helpen om hun ideaal op de grond te krijgen, te financieren en te organiseren. Daar lag zijn kracht.
RN: Waarom vroeg hij jou aan te sluiten?
MtH: Onze band ontstond tijdens een reis naar Dornach. Hij had al toegangskaartjes voor mij klaarliggen, en hoewel ik aangaf tentamens te moeten doen, vond hij dat geen reden om niet mee te gaan. Het werd een fantastische reis.
Daarnaast denk ik, dat Van der Linden mijn organisatiekwaliteit herkende. Het eerste grote project wat ik zelf heb aangedragen was de oprichting van een groothandel in biodynamische producten. Voor BD-boeren was het erg moeilijk om hun producten te verkopen. Het was de tijd van de eerste foto’s van de aarde, gezien vanaf de maan. Het bewustzijn groeide dat dit onze enige planeet is. En dat we ervoor moeten zorgen. Uit dit besef ontstond het rapport van de Club van Rome. En Iona gaf krachtige steun aan mijn opzet voor de bioldynamische groothandel Akwarius. Van der Linden stuurde mij op pad om bij vrienden van Iona geld op te halen. De ervaring om iets op te richten en iets te doen, heeft me veel geleerd en heeft me laten voelen hoe moeilijk het is om een groot ideaal op de grond te zetten. Ik kreeg ontzag voor mensen die zonder ervaring een initiatief op de grond durven zetten. Zij verdienen steun.
RN: Wat heb je zien komen en zien gaan in 60 jaar Iona?
MtH: Het meest bijzondere is de eindeloze stroom van initiatiefnemers met prachtige plannen en ook de generositeit van de schenkers. Mensen met idealen, die met hun plannen willen bijdragen aan de maatschappij. Dat had Van der Linden ook als doel in zijn statuten gezet: het bevorderen van maatschappelijke ontwikkeling.
RN: Wat gebeurde er toen Dolf van Aalderen directeur werd?
MtH: Dolf van Aalderen werd in 1974 de eerste directeur van de Stichting. Een heel fijn mens. We raakten zeer bevriend. Het bestuur van de Iona Stichting was ontzettend leuk, vrolijk en slagvaardig. Ondanks hele dagen vergaderen was er altijd genoeg energie. Deze levendigheid was voor een groot deel te danken aan Dolf. Uit de ‘opvolgende bestuursleden’ koos hij mij uit en zo werd ik in 1975 penningmeester.
Voor de komst van Dolf was Iona nog een beginnende vrijwilligersorganisatie. Er kwamen enkele prijsvragen en stipendiafondsen voor studenten tot stand. Een grote puzzel ontstond door de oproep van Bernard Lievegoed om de Vrije Hogeschool op te richten. Van der Linden pikte dit op en bood Lievegoed aan om gebouw en terrein voor twee/derde te financieren. Hij zei dat hij schenkers achter de hand had, maar vertelde nooit wie. Pas later hoorde ik in het geheim dat dit mevrouw Van Beuningen was. Zij werkte in ons bestuur als een stralende zon. Haar hartelijkheid, wijsheid en lichtkwaliteiten brachten ons kracht.
RN: Mevrouw van Beuningen heeft dus een cruciale rol gespeeld in de ontwikkeling van de Iona Stichting?
MtH: Jazeker. Onze Stichter had een neus voor mensen met geld. Hij was een meesterbedelaar. Mevrouw van Beuningen behoorde tot zijn vriendenkring. Zij woonde in België en had na het dodelijke ongeluk van haar echtgenoot de leiding van zijn oliemaatschappij overgenomen, een enorme prestatie. Daarnaast wilde zij een heilpedagogisch instituut oprichten, waarbij Van der Linden haar heeft geholpen. En hij inspireerde haar tot een reusachtige schenking voor de Vrije Hogeschool van Bernard Lievegoed.
RN: Hoe zou jij de meerwaarde van de Iona Stichting omschrijven?
MtH: De antroposofische beweging is een veel-stromen land. In de vereniging zaten veel mensen die zich bezighielden met de antroposofische studie, scholingsweg en meditatie. Iona richtte zich vooral op de praktische toepassingen – hoe brengen we de antroposofie in de praktijk? Hoe breng je initiatieven op aarde, geïnspireerd door studie, meditatie en scholing? Dat is vaak niet eenvoudig. Rond de oprichting van de Vrije Hogeschool ontstonden bijvoorbeeld pijnlijke hindernissen in de samenwerking tussen de Iona Stichting en de Antroposofische Vereniging in Nederland.
Tegenwoordig werken de AViN en de Iona Stichting eendrachtig samen en steunen elkaar in alle opzichten. Toen de Scholingscursus voor Antroposofie ter ziele ging heeft Clarine Campagne vanuit Iona dit initiatief overgenomen. Dit resulteerde in het inmiddels zelfstandige ‘Atelier Antroposofie & Samenleving’, dat door Iona en AViN op afstand samen gedragen wordt. Wie had in de jaren ‘70 durven denken of hopen dat Vereniging en werkgebieden naar gezamenlijke huisvesting op de Reehorst zouden streven, ondersteund door de Iona Stichting?
Ik wil mijn grote dank uitspreken aan het huidige team van de Iona Stichting. Het werk ligt in heel vaardige handen.
Maart 2026

